Een meisje, Keesje Gewoon, beleeft allerlei avonturen rondom een verhuizing.
Ze woont in een bovenhuis met papa, mama, twee ratjes en de knuffels.
Haar allerliefste knuffel is Bes, een witte lama. Keesje neemt Bes overal mee naar toe.
Op een dag zegt papa dat ze gaan verhuizen. Keesje bedenkt allerlei manieren om niet te hoeven verhuizen, want dat vindt ze niet leuk. Maar als mama het grote geheim vertelt wordt het anders.
Dit verhalenboek verschijnt in 2 delen. Elk deel bevat 20 korte verhalen met een eigen avontuur en illustratie(s).
Hieronder volgen enkele fragmenten uit deel 1.
Wil je verder lezen? Het eerste deel van het boek is inmiddels verkrijgbaar bij Boekscout en Bol.com
Deel 2 is in ontwikkeling.
Zie ook: Werk in uitvoering.
Deel 1
Het verhuishuis

Het kussen van mama wordt een boot, het dekbed het strand en het laken de zee. Als alles klaar is kijkt Keesje heel tevreden. Zo is het een mooi verhuishuis aan zee. Maar de zee is van water, dát weet ze heel zeker.................
Schelpengras

In de blauwe lucht vliegen grote meeuwen krijsend heen en weer. Golven klotsen tegen de boten. Overal hoor je stemmen, harde en zachte. Keesje schept zand in de emmer en drukt het stevig aan. De druppeltjes van het zeewater glinsteren op haar rug. Ze gaat een huis maken met een hele grote tuin.................
Een huis voor zeebeestjes

Trots als een pauw knikt Keesje naar alle mensen die langs lopen, ook naar de zeemeeuw. Maar wat gebeurt er nou! Hij pikt gewoon zomaar met zijn grote gele snavel in het zandhuis.
‘Jij mag het niet kapot maken!’ roept Keesje. ‘Ga weg, ga maar in de zee.’ Ze wijst met haar vinger. En dan schrikt ze. De zee komt dichterbij. Net was hij nog ver. Ze moet hem snel tegenhouden............
Groot en klein

‘Woont U in een groot huis?’ vraagt Keesje.‘Nee hoor,’ antwoordt de meneer. Dat is raar, denkt Keesje, hij is toch groot? ‘Eet u veel?’ ‘Heel veel,’ antwoordt de meneer lachend.
‘Ook kroepoek?’ De meneer knikt.
‘Maar niet alles,’ zegt ze terwijl ze lachend naar mama kijkt, ‘want ik ga kroepoekjes in de pindasaus dopen als allereerst.’..............
Dood

1
Het wordt steeds donkerder en de regen tikt als maar harder. Keesje houdt Bes stevig tegen zich aan.
Klabats! Ineens is de kamer verlicht. Ratje en Wratje kruipen snel onder het kleedje.
‘Jullie hoeven niet bang te zijn hoor,’ zegt Keesje. ‘Dat doet de bliksem en de donder doet rommelen.’
Maar dan...............

2
Keesje slaat op haar trom, terwijl de vogeltjes een treurig lied tjilpen.
‘Dit is je nieuwe huis lief vogeltje, slaap maar gewoon lekker dood.’